weebly reliable statistics
Ebu Darar - Moordzaken
Ebu Darar

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
EbuDarar.jpg
 
Ebu Darar
Leeftijd 19 jaar
Datum 22 november 2011
Moordplaats Enschede
Moordwijze Steekwapen
Status Opgelost
Misdrijf Doodslag
Straf 3 jaar & jeugdTBS

Op dinsdag 22 november 2011 treffen buren het levenloze lichaam van de 19-jarige Ebu Darar in zijn woning aan de Oostveenweg te Enschede. De mannen slaan alarm.

In de woning treft politie naast het ontzielde lichaam van Ebu een complete hennepkwekerij aan.


Onderzoek

Er worden twee minderjarige verdachten aangehouden.

Uitspraak

Rechtbank Middelburg, 11 oktober 2012

Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van affectieve en/of pedagogische verwaarlozing en traumatisering. Er zijn nauwelijks mogelijkheden geweest tot veilige hechting en identificatie met betrouwbare en empathische ouderfiguren. De hechting is dusdanig verstoord verlopen dat er sprake is van een reactieve hechtingsstoornis. In de kern heeft zijn identiteit zich zwak ontwikkeld. Verborgen dieperliggende kwetsbare en gevoelige kanten worden sterk afgeweerd en verdekt door een sociaal-wenselijk, opgewekt, gecontroleerd, evenwichtig, stoer en krachtig beeld van zichzelf naar voren te halen. Zichtbaar wordt dat verdachte, ongetwijfeld in reactie op de onveilige en weinig validerende opvoedingssituatie, heeft geleerd dat hij door controle te hebben over anderen, door anderen te imponeren en door zich stoer en niet raakbaar op te stellen, verdere kwetsingen van zijn eigenwaarde en agressie voor kan zijn en dat hij aldus zich machtig in plaats van onmachtig kan voelen. Geconcludeerd moet worden dat bij verdachte sprake is van een ernstige gedragsstoornis en een reactieve hechtingsstoornis bij een gemiddeld intelligente jongeman. Naast de gedragsstoornis wordt een narcistische- en antisociale persoonlijkheidsontwikkeling zichtbaar. Tevens is er sprake van cannabisafhankelijkheid en veelvuldig misbruik van alcohol. Wanneer verdachte niet voldoende heeft geleerd om met grenzen en autoriteit om te gaan, hij onvoldoende in staat is om zijn eigen boosheid, impulsiviteit, achterdocht, krenkingen van zijn zelfbeeld en agressieve tendensen te reguleren, middelen gaat gebruiken, niet in staat is om zijn leven financieel en maatschappelijk op een goede wijze vorm te geven en indien verdachte zich begeeft tussen criminele- en drugsgebruikende anderen wordt de kans op recidive in zowel vermogensdelicten als ook in antisociale gedragingen als matig tot hoog ingeschat. Een behandeling in een forensisch klinische jeugdinstelling voor oudere adolescenten is geïndiceerd. Geadviseerd wordt om een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) op te leggen. Overwogen is om te adviseren om het meerderjarigenstrafrecht toe te passen. Echter de inschatting is, gezien zijn narcistische en antisociale kernproblematiek, dat hij tussen meerderjarigen/ouderen mogelijk alleen maar meer verhardt, zich antisociaal, competitief en narcistisch zal gaan opstellen en dat hij niet toekomt aan de gewenste ontwikkeling. Geadviseerd wordt om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank overweegt dat uit voornoemde rapporten volgt dat er bij verdachte sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De rechtbank neemt de in de rapportages gelegen conclusie over dat de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Daarnaast overweegt de rechtbank op grond van deze rapportages dat, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, de persoonlijkheid van verdachte reden geeft op verdachte het jeugdstrafrecht toe te passen. Volgens het professionele oordeel van de deskundigen heeft een behandeling onder het volwassenenstrafrecht, namelijk in een TBS-kliniek, een veel kleinere kans van slagen.

Gelet op de ernst van het gepleegde feit, de ernst van de stoornis van verdachte en de noodzaak tot behandeling om recidive tegen te gaan zal de rechtbank overgaan tot oplegging van een PIJ-maatregel. Aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Verdachte wordt veroordeeld voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van de maatregel en de maatregel is in het belang van een zo gunstig mogelijk verdere ontwikkeling van verdachte. Over verdachte zijn twee met redenen omkleed, gedagtekende en ondertekende adviezen uitgebracht, waaronder één van een psychiater.

Met het oog op een eventuele verlenging van de duur van de maatregel stelt de rechtbank vast dat bij verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.


De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 1 (één) jaar en legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 3 (drie) jaren.