Uit Moordzaken.com
![]() | |
| Hassan Kirkan | |
|---|---|
| Leeftijd | 40 jaar |
| Datum | 15 november 2009 |
| Moordplaats | Hilversum |
| Moordwijze | Slagwapen |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Moord |
| Straf | 15 jaar |
Op zondag 15 november 2009 rukt de brandweer uit voor een brand in een pand aan de van der Lindelaan te Hilversum. Wanneer de brand is geblust en de brandweerlieden het pand doorzoeken, stuitten zij op het lichaam van de 40-jarige Hassan Kirkan. Hij bleek met geweld om het leven te zijn gebracht.
Verdachte
Er worden drie verdachten aangehouden. Een van het bekend de moord op Hassan.
Uitspraak
Rechtbank Amsterdam, 3 maart 2011
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] een lesje wilde leren. Met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] heeft hij besproken hoe zij dit het beste konden doen. Zij waren het er alle drie over eens dat [slachtoffer] een paar klappen voor zijn kanis moest krijgen. Het was echter niet de bedoeling om [slachtoffer] dood te slaan. In het pand heeft verdachte [slachtoffer] eerst een klap met de koevoet tegen zijn hoofd gegeven. Toen hij op de grond lag, heeft verdachte hem 3 à 4 keer met de koevoet in het gezicht geslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij hiermee de neus en kaak van [slachtoffer] wilde breken en niet de intentie had om [slachtoffer] te doden. De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte, door samen met de medeverdachten het pand met een koevoet binnen te gaan om [slachtoffer] een klap voor zijn kanis te geven, hem bij binnenkomst ook direct te slaan en hem, nadat hij op de grond was gevallen, enkele malen met een koevoet in zijn gezicht te slaan, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg hiervan zou komen te overlijden. Tevens blijkt uit de aard van het letsel dat flink hard geslagen moet zijn. Gelet hierop acht de rechtbank voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer] bewezen.
Verdachte heeft zich samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan een zeer ernstig misdrijf, te weten moord. Verdachte is met de medeverdachten naar het pand waar het slachtoffer verbleef gegaan om hem een lesje te leren. De reden hiervoor, namelijk dat hij de vriendin van verdachte voor hoer had uitgemaakt, staat in geen enkele verhouding tot wat hem is aangedaan. Verdachte en de medeverdachte hebben vrijwel meteen na binnenkomst met een koevoet het slachtoffer meerdere malen op het hoofd geslagen. Zelfs toen het slachtoffer op de grond gevallen was, is verdachte doorgegaan met hem te slaan. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij de smerige grijns die hij bij het slachtoffer dacht te zien van zijn gezicht wilde afslaan. Nadat verdachte het matras waar het slachtoffer gebruik van maakte in brand had gestoken, hebben verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer met ingeslagen schedel en hevig bloedend achtergelaten zonder hulp voor hem in te schakelen. Dit getuigt van zeer weinig respect. Het slachtoffer moet, gelet op zijn letsel, enorm veel pijn hebben gehad en minutenlang hebben geleden terwijl hij besefte dat hij stervende was. Verdachte en de medeverdachten hebben het slachtoffer het meest fundamentele recht ontnomen waarover de mens beschikt, namelijk het recht op leven. Zijn gewelddadige dood heeft de rechtsorde ernstig geschokt en heeft het gevoel van veiligheid aangetast. De personen die het slachtoffer hebben aangetroffen moeten de gruwelijke aanblik nog duidelijk op hun netvlies hebben.
Verdachte heeft weinig empathie met het slachtoffer getoond en heeft geen blijk gegeven dat hij het verwerpelijke van zijn daad inziet. Op de vraag of hij spijt heeft van wat er gebeurd is, antwoordde verdachte dat hij ervan baalt dat hij het slachtoffer niet meer heeft kunnen vragen of hij zijn lesje geleerd had.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar.
