weebly reliable statistics
Joira Benjamins - Moordzaken
Joira Benjamins

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
Vrouw.png
Joira Benjamins
Leeftijd 40 jaar
Datum 27 juni 2012
Moordplaats 's Gravenhage
Moordwijze Verwurging
Status Opgelost
Midsdrijf Doodslag
Straf 10 jaar
ECLI ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1460

Op aanwijzingen van haar partner, de 33-jarige Peter H., wordt in een huis aan de Simon Carmiggelthof in Den Haag het lichaam van de 40-jarige Joira Benjamins gevonden.

Verdachte

Peter meldde zich op de dag van de moord zelf bij de politie. Het stel zou die dag uit hun huis worden gezet wegens een huurschuld van Eu 12.000, waar de vrouw niets van af wist. Een paar minuten voor de uitzetting wurgde hij haar met een hondenriem. Hij probeerde daarna zichzelf van het leven te beroven. Toen dit niet lukte, gaf hij zichzelf aan bij de politie.

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag, 30 mei 2013

De verdachte heeft zijn vriendin, met wie hij samenwoonde en - naar eigen zeggen - erg gelukkig was, zonder enige invoelbare aanleiding van het leven beroofd, door haar te wurgen met een hondenriem. De verdachte heeft haar daarna op bed gelegd en aangekleed. Vervolgens heeft hij ook de kat van zijn vriendin door middel van verwurging om het leven gebracht. Nadat de verdachte tevergeefs heeft geprobeerd de hond en zichzelf te doden, heeft hij zich bij de politie aangegeven.

De verdachte heeft te kennen gegeven spijt te hebben van zijn daad en berouwvol te zijn. Hij zegt niet te begrijpen hoe hij tot deze gruwelijke daad heeft kunnen komen. Hij heeft echter juist over hetgeen in hem omging na het wakker worden en voorafgaand aan de misse daad niet nader kunnen of willen verklaren en hij heeft er ook geen blijk van gegeven écht te willen onderzoeken hoe hij tot dit gewelddadige feit heeft kunnen komen.

Waarom het bewezen verklaarde daadwerkelijk plaats kon vinden, is vanuit gedragswetenschappelijk oogpunt niet te verklaren. De deskundigen komen unaniem tot de conclusie dat de verdachte niet lijdt aan en ziekelijke of psychiatrische stoornis of en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, ook niet ten tijde van het bewezen verklaarde feit, en menen dat hij derhalve als volledig toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

Gelet op de onverklaarbaarheid van het handelen van de verdachte, bezien in combinatie met het betrekkelijk geringe probleembesef van de verdachte - hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep slechts verklaard in de toekomst eerder om hulp te vragen bij zijn naasten indien dat nodig is - acht het hof een gerede kans op recidive aanwezig. Dat de verdachte - volgens eigen verklaring - in plots opkomende paniek tot een zo gewelddadige daad met dodelijke afloop is gekomen en juist degene van wie hij naar eigen zeggen veel hield zonder enige (nader genoemde) reden van het leven heeft beroofd, brengt naar oordeel van het hof mee dat de maatschappij in algemene zin zo lang mogelijk beschermd dient te worden tegen de verdachte. Het hof legt om die reden een hogere straf op dan in vergelijkbare gevallen het geval is en komt tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren.