weebly reliable statistics
Karim Fourkour - Moordzaken
Karim Fourkour

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
KarimFourkour.jpg
 
Karim Fourkour
Leeftijd 19 jaar
Datum 11 mei 2006
Moordplaats Venray
Moordwijze Schietwapen
Status Opgelost
Misdrijf Moord
Straf Lau Levenslang
Straf Geert 30 jaar
ECLI Lau ECLI:NL:RBLIM:2015:3472
ECLI Geert ECLI:NL:RBLIM:2015:3471

Op donderdag 11 mei 2006 gaan de 23-jarige Fouad Bendella en de 19-jarige Karim Fourkour 's nachts op pad. Zij zijn van plan een hennepkwekerij aan de Poststraat te Venray leeg te stelen. De jongens komen niet thuis, en zij worden als vermist opgegeven.

Als de politie een kijkje gaat nemen, vinden zij een ontruimde hennepkwekerij aan. Ook vinden zij in het pand veel bloedsporen, die later van Fouad en Karim blijken te zijn.

Op woensdag 7 mei 2014 maakt de hoofdofficier bekend dat de lichamen van Bendella en Fourkour in een bos in Arcen zijn gevonden.

Verdachte

De eigenaar van het pand, Lau Geeraets wordt aangehouden. Hij wordt echter door gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Nadat Peter R. de Vries aandacht aan de zaak besteedt, worden in Geeraets' zonnebankcentrum de ramen eruit gesmeten.

In 2014 worden Lau en een vriend van hem, Geert G., aangehouden. Lau doet een zelfmoordpoging in de gevangenis en laat daarbij een afscheidsbrief achter. Als de politie quotes uit deze brief voorleest aan Geert, slaat hij door en legt een bekentenis af. Ook leidt hij de politie naar de lichamen van Fouad en Karim.


Uitspraak

Rechtbank Limburg, 23 april 2015

[verdachte] heeft zowel bij het doodschieten van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], als bij het begraven van hun lichamen in Arcen en de jaren daarna een leidinggevende en sturende rol gehad. Daarbij heeft hij zich berekenend en sluw opgesteld. De rechtbank is ervan overtuigd dat het plan om de beide “rippers” dood te schieten van [verdachte] afkomstig was. Hij is uiteindelijk ook degene geweest die de jongens daadwerkelijk een nekschot heeft gegeven. Alle vervolgstappen om de sporen van de moord te wissen en zich van de lichamen te ontdoen zijn door [verdachte] geïnitieerd. Hij is naar het oordeel van de rechtbank ook degene geweest die bedacht heeft om de lichamen te begraven in het bos vlak achter zijn toenmalige woning. Hij wist dat die woning op dat moment al te koop stond. Kort daarna is de woning ook daadwerkelijk verkocht. Hij gaf ook de aanwijzing aan [medeverdachte] dat het graf minimaal 1,5 meter diep moest zijn omdat de lichamen anders door wilde dieren zouden worden opgegraven. Opvallend daarbij is overigens dat de plannen kennelijk steeds van [verdachte] kwamen, maar dat de uitvoering - en daarmee het risico op ontdekking - grotendeels door [medeverdachte] werd gedaan. Illustratief in dit verband is bijvoorbeeld dat op de dag van 11 mei 2006 [medeverdachte] degene is die in het busje rijdt waarin de stoffelijke overschotten liggen, terwijl [verdachte] daar in zijn eigen auto voor rijdt. Bij een eventuele controle zou [verdachte] niet in verband worden gebracht met de lichamen in het busje. Ook heeft [medeverdachte] verklaard dat [verdachte] de contouren voor het graf aangaf met een schop en dat [medeverdachte] vervolgens het graf heeft moeten graven. Een werkwijze die naadloos aansluit bij de manier waarop [verdachte] naar eigen zeggen binnen zijn henneporganisatie opereerde. Hij was de architect, de bedenker van de plannen, en anderen voerden die plannen uit. Op die manier bleef [verdachte] op de achtergrond en was de kans dat de politie ooit bij hem uit zou komen minimaal. In de jaren na 11 mei 2006 was [verdachte] opnieuw degene die bepaalde wat er wel of niet gedaan werd en wat er wel of niet gezegd werd. Hij heeft [medeverdachte] direct na de gruwelijke dag van 11 mei meegenomen naar Turkije en vervolgens naar Kroatië, om, zoals hij het zelf op de zitting uitdrukte, “even uit het zicht te blijven”. Daarbij is opvallend dat [verdachte] zelf bijna een half jaar in het buitenland bleef, terwijl [medeverdachte] door hem na twee weken weer naar huis werd gestuurd omdat de weedbusiness moest doorgaan. Het was bovendien [verdachte] die tegen [medeverdachte] heeft gezegd dat hij tegenover politie en justitie zijn mond moest houden. In ruil daarvoor werd voor [medeverdachte] een advocaat geregeld en werden de advocatenkosten van [medeverdachte] betaald. Een opdracht waar [medeverdachte] zich tot in april 2014 aan heeft gehouden. [verdachte] is ook degene geweest die opdracht heeft gegeven om de bus waarin de lichamen vervoerd waren in brand te steken en de vloer in de loods waar die bus had gestaan, af te bikken en te vervangen. De vloer van de garagebox in Venlo, waar de bus ook heeft gestaan, is in opdracht van [verdachte] gereinigd. [verdachte] heeft voorts opdracht gegeven om bepaalde getuigen te volgen. Hij wilde bovendien wel voorzitter worden van een motorclub omdat dat mogelijke getuigen angst zou inboezemen.

In de jaren na 2006 heeft [verdachte] actief en bewust bijdragen aan het langer in onwetendheid houden van de nabestaanden van de slachtoffers. Tijdens het politieonderzoek naar de verdwijning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is [verdachte] meerdere keren als verdachte in beeld gekomen. Al die tijd heeft hij zich voorgedaan als onwetend over het lot van de beide jongens. Ook heeft hij getracht politie, justitie en de nabestaanden bewust op een dwaalspoor te zetten in de zoektocht naar de beide jongens, door bijvoorbeeld te opperen dat de jongens wellicht vakantie aan het vieren waren in Marokko. [verdachte] is er niet voor terug gedeinsd om zelf actief de media te benaderen en daar zijn ongenoegen te uiten over het feit dat hij verdacht werd van de moord op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], terwijl het “nog maar helemaal de vraag was of de jongens wel dood waren”. Dit terwijl hij al die tijd wist wat er met de jongens gebeurd was en waar zij begraven lagen. Het verdriet en de onzekerheid die dit bij de families van de beide slachtoffers teweeg moet hebben gebracht, is niet te bevatten. Acht jaar lang hebben zij niet geweten wat er met hun zoon en broer gebeurd is. Vrezend voor het ergste, hebben zij al die tijd toch de hoop gehad dat de jongens mogelijk nog leefden. Een hoop die door het optreden van [verdachte] keer op keer nieuw leven werd ingeblazen.


De rechtbank veroordeelt verdachte (Lau) tot een levenslange gevangenisstraf.


Dood Lau Geeraets

Een dag na de uitspraak wordt Lau Geeraets dood gevonden in zijn cel in de Extra Beveiligde Inrichting te Vught.