weebly reliable statistics
Loïs van Urk - Moordzaken
Loïs van Urk

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
LoïsvanUrk.jpg
 
Loïs van Urk
Leeftijd 43 jaar
Datum 10 januari 2015
Moordplaats Rotterdam
Moordwijze Steekwapen
Status Opgelost
Misdrijf Doodslag
Straf TBS
ECLI ECLI:NL:RBROT:2016:2699

Op zaterdagochtend 10 januari 2015 wordt in haar woning aan de Oudedijk te Rotterdam het ontzielde lichaam gevonden van de 43-jarige Loïs van Urk. Zij is door geweld om het leven gekomen.


Verdachte

De politie ging direct op zoek naar haar broer, de dan 38-jarige Bart. Nadat er een opsporingsbericht in de media verschijnt besluit Bart zichzelf aan te geven bij de politie. Bart's DNA werd afgenomen en zo werd hij ook gelinkt aan de dood van oud-minister Els Borst.


Uitspraak

Rechtbank Rotterdam, 13 april 2016

Uit de rapportages van de deskundigen blijkt dat de verdachte een ernstige psychiatrische aandoening heeft: hij lijdt aan een chronische paranoïde psychose in het kader van schizofrenie, die diep doordringt in zijn persoonlijkheid en die zijn handelen in vergaande mate bepaalt. Deze ziekelijke stoornis alsmede een vermindering van zijn sociaal-emotionele en cognitieve eigenschappen hebben er voor gezorgd dat de verdachte zijn leven in de jaren voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten, steeds minder georganiseerd kon krijgen en dat het hem niet lukte om werk te vinden. Er was sprake van verlies in de wederkerigheid van contacten en zijn kennissenkring en leefwereld zijn steeds kleiner geworden. De rechtbank heeft de verdachte op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting leren kennen als een persoon die door zijn psychiatrische ziekte in een andere, parallelle werkelijkheid lijkt te leven. Een wereld waarin de verdachte - eind 2013 en in 2014 - rondloopt met een kogelvrij vest, een toque en messen. In diezelfde parallelle wereld - zo vertaalt de rechtbank het in ieder geval - heeft hij zijn eigen zus om het leven gebracht, daarover verklaard dat het een kwestie van of [slachtoffer 1] of hijzelf was en dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld. Over [slachtoffer 2] heeft de verdachte - weliswaar veel later - verklaard dat hij een goddelijke opdracht had om degene die verantwoordelijk was voor de euthanasiewetgeving te doden. Binnen die parallelle werkelijkheid heeft de verdachte keuzen gemaakt die voor anderen niet invoelbaar of begrijpelijk zijn, maar die wel consequent zijn. In dat kader plaatst de rechtbank ook de verklaringen van de verdachte ter zitting inhoudende dat hij de laatste messteek aan zijn zus [slachtoffer 1] heeft toegebracht omdat hij wilde dat het snel afgelopen zou zijn en dat hij er bij [slachtoffer 2] tot haar laatste zucht bij is gebleven.

In beide gevallen - zowel bij zijn zus [slachtoffer 1] als bij [slachtoffer 2] - heeft de rechtbank doodslag bewezen geacht en aangenomen dat de verdachte gehandeld heeft vanuit een plotselinge gemoedsopwelling.


De rechtbank verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging en gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.