weebly reliable statistics
Mondher Bennour - Moordzaken
Mondher Bennour

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
MondherBennour.jpg
 
Mondher Bennour
Leeftijd 43 jaar
Datum 13 september 2011
Moordplaats Almere
Moordwijze Schietwapen
Status Opgelost
Misdrijf Moord
Straf 12 jaar
ECLI ECLI:NL:GHARL:2014:9057

Op dinsdagochtend 13 september 2011 krijgen de alarmdiensten een telefoontje dat er een man onwel is geworden op de Noorderplassenweg te Almere. Als de ambulancebroeders arriveren, vinden zij het ontzielde lichaam van de 43-jarige Mondher Bennour. Hij is door zijn hoofd geschoten.


Uitspraak

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 november 2014

Verdachte heeft in de nacht van 12 op 13 september 2011 opzettelijk [slachtoffer] om het leven gebracht. Hij heeft [slachtoffer] volgens een vooropgezet plan opgewacht en beschoten toen [slachtoffer] het appartementencomplex binnenkwam waar hij woonachtig was. Toen [slachtoffer] daarop, reeds gewond, naar buiten vluchtte is verdachte achter hem aan gerend en heeft daar meerdere keren van dichtbij nogmaals op hem geschoten, waaronder door het hoofd. [slachtoffer] is op de parkeerplaats aan de voorzijde van het appartementencomplex overleden, alwaar zijn lichaam in de vroege ochtend van 13 september 2011 is gevonden. Moord is één van de zwaarste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Verdachte heeft [slachtoffer] het meest fundamentele recht, het recht op leven, ontnomen. Door een dergelijk misdrijf wordt de rechtsorde ernstig geschokt en worden sterke gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij veroorzaakt. Op het moment van overlijden was [slachtoffer] 43 jaar, getrouwd en vader van twee jonge kinderen. Verdachte heeft de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht. Dit blijkt onder meer uit de slachtofferverklaringen van de weduwe van [slachtoffer] en die van zijn broer en zus. Dat de weduwe en [slachtoffer] broer het levenloze lichaam van [slachtoffer]ochtends op de parkeerplaats hebben zien liggen, is voor hen extra ingrijpend geweest. Anderzijds houdt het hof rekening met de omstandigheden die voor verdachte aanleiding zijn geweest [slachtoffer] van het leven te willen beroven. Verdachte en zijn (schoon)familie zijn het slachtoffer geweest van een lange reeks, in ernst toenemende bedreigingen en geweldsincidenten, waarbij auto's zijn vernield, er op een woning is geschoten, er handgranaten zijn gevonden, waarvan één handgranaat daadwerkelijk in de tuin van verdachtes schoonfamilie is ontploft, en waarbij verdachte voor zijn woning met een machinegeweer is neergeschoten. Naar aanleiding van deze incidenten heeft verdachte enige tijd in een beschermingsprogramma van de politie gezeten. Het hof acht het begrijpelijk dat verdachte [slachtoffer] verantwoordelijk hield voor het jegens hem en zijn omgeving aangewende geweld, al moet ook geconstateerd worden dat de politie daarvoor nooit bewijs heeft kunnen leveren. [slachtoffer] en verdachte maakten op enig moment beiden deel uit van dezelfde schoonfamilie, aangezien de partner van verdachte en de ex-partner van [slachtoffer] zussen van elkaar zijn. De spanningen tussen de schoonfamilie en verdachte enerzijds en [slachtoffer] anderzijds zijn ontstaan na de scheiding van [slachtoffer] van deze vrouw. Tussen verdachte en [slachtoffer] speelde daarnaast nog een zakelijk conflict. Ingegeven door de angst dat een volgende aanslag hem of een familielid fataal zou worden, heeft verdachte zich genoodzaakt gevoeld zich te bewapenen om aldus zichzelf en zijn gezin te kunnen beschermen. Volgens verdachte was het "hij of ik". Hoewel het voorgaande het handelen van verdachte enigszins inzichtelijk en voorstelbaar maakt, blijft het onaanvaardbaar dat verdachte op deze wijze het recht in eigen handen heeft genomen.


Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.


Twee medeverdachten krijgen beiden 6 jaar cel.