Uit Moordzaken.com
|
| |
| Monique Maes | |
|---|---|
| Leeftijd | 45 jaar |
| Datum | 29 maart 2011 |
| Moordplaats | Deventer |
| Moordwijze | Verstikking |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Doodslag |
| Straf | 10 jaar |
Op dinsdag 29 maart 2011 wordt in een woning aan de Esdoornlaan te Deventer het ontzielde lichaam gevonden van de 45-jarige Monique Maes. Zij is door een misdrijf om het leven gebracht.
Verdachte
De vriend van Monique, Bert van der H., en zijn ex-vrouw worden aangehouden. De vrouw is spoedig weer op vrije voeten, de man zit nog steeds vast.
Uitspraak
Rechtbank Zwolle, 16 juli 2012
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één van de meest ernstige feiten die zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht, te weten doodslag. Hij heeft het slachtoffer, zijn vriendin, in de woning waar zij samenwoonden met een sjorband gewurgd, als gevolg waarvan het slachtoffer is komen te overlijden.
Verdachte heeft met zijn manier van handelen geen enkel respect getoond voor het leven van het slachtoffer en daarmee het slachtoffer haar meest waardevolle bezit ontnomen. Voorts heeft verdachte door zijn handelen de familie en vrienden van het slachtoffer een onbeschrijfelijk leed aangedaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat nabestaanden van een dergelijk ernstig feit nog lange tijd, zo niet de rest van hun leven, lichamelijke en psychische klachten kunnen ondervinden. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is blijkt duidelijk uit de slachtofferverklaringen van de moeder en de zus van het slachtoffer. Daarbij heeft verdachte, door zijn lange stilzwijgen over wat er de avond van 28 maart 2011 is gebeurd, en door eerst ter terechtzitting een verklaring af te leggen, de nabestaanden lang in onzekerheid gelaten over hoe de laatste uren van hun dierbare zijn geweest.
De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren.