weebly reliable statistics
Saeed-Ali Ali - Moordzaken
Saeed-Ali Ali

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
Saeed-AliAli.jpg
 
Saeed-Ali Ali
Leeftijd 31 jaar
Datum 6 november 2012
Moordplaats Weert
Moordwijze Schietwapen
Status Opgelost
Misdrijf Moord
Straf 14 jaar
ECLI ECLI:NL:RBLIM:2015:789
ECLI (HB) ECLI:NL:GHSHE:2016:4809

Op dinsdag 6 november 2012 wordt omstreeks 01:30 uur het lichaam gevonden van de 31-jarige Saeed-Ali Ali aan de Willem de Zwijgerstraat te Weert.

Verdachte

Kevin R. (1985) uit Wessem wordt aangehouden voor de moord.

Motief

De verdachte heeft wisselend verklaard over het motief. Hij zou een schuld hebben bij een financier van een hennepplantage, waarbij Saeed-Ali Ali de tussenpersoon was.

Uitspraak

Rechtbank Limburg, 2 februari 2015

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van moord. Verdachte heeft in de nachtelijke uren van 6 november 2012 [slachtoffer] – nietsvermoedend – naar een winkelcentrum geleid en hem aldaar uit het niets van achteren tweemaal in de rug en vervolgens eenmaal in de borst geschoten, waarna hij het slachtoffer nog heeft bewerkt met zijn mes toen het op de grond terecht was gekomen. Verdachte heeft [slachtoffer] in koelen bloede gedood. Het motief van verdachte en zijn mededader ligt vermoedelijk in de drugssfeer. Moord is één van de ernstigste delicten uit het Wetboek van Strafrecht en wordt daarom bedreigd met levenslange gevangenisstraf. Verdachte heeft met dit misdrijf het slachtoffer zijn kostbaarste bezit, het leven, ontnomen en er blijk van gegeven geen enkel respect voor het menselijk leven te hebben. Verdachte heeft de nabestaanden van het slachtoffer veel leed berokkend. Een dergelijk delict draagt bovendien een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter en brengt daarnaast bij de burgers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. De rechtbank is van oordeel dat op dit feit niet anders kan worden gereageerd dan met een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de conclusie van de psycholoog dat verdachte ten tijde van het plegen van het delict licht verminderd toerekeningsvatbaar was. De verdediging heeft aangegeven dat verdachte tot zijn daad is gedreven door zijn neef [medeverdachte] die misbruik zou hebben gemaakt van de situatie waarin verdachte zat, zowel financieel als psychisch en heeft verzocht om daarmee in de strafmaat rekening te houden. De rechtbank is van oordeel dat hiermee geen rekening kan worden gehouden omdat verdachte geen enkele openheid heeft gegeven over de invloed die [medeverdachte] op zijn handelen heeft gehad. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat slechts een langdurige gevangenisstraf recht doet aan de aard en ernst van het feit. De door de raadsman voorgestelde strafduur van acht jaar alsook de door officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van twaalf jaar, acht de rechtbank onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit. Gelet op alle omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar passend is.


De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 jaar.

Hoger Beroep

In hoger beroep veroordeelt het gerechtshof de verdachte tot 14 jaar wegens moord. De straf is iets lager dan in eerste aanleg, omdat het bestanddeel "in vereniging' niet bewezen werd geacht.