Uit Moordzaken.com
![]() | |
| Stefan Baczkowski | |
|---|---|
| Leeftijd | 45 jaar |
| Datum | 29 september 2006 |
| Moordplaats | 's Gravenhage |
| Moordwijze | Schietwapen |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Moord |
| Straf | 14 jaar |
Op zaterdag 30 september 2006 vinden wandelaars het ontzielde lichaam van een man in madestein te 's Gravenhage. Na onderzoek blijkt het te gaan om de 45-jarige Australiër Stefan Baczkowski. Hij is vijf maal in het hoofd geschoten.
Verdachte
Twee maanden na de moord wordt een verdachte aangehouden. Het is hagenaar Christiaan de Z., een goede vriend van Stefan. Christiaan doet pogingen zichzelf een alibi te verschaffen. Zo vroeg hij zijn moeder voor hem te liegen, dat hij de dag van de moord, vrijdag 29 september, bij haar was.
Uitspraak
Gerechtshof 's-Gravenhage, 17 oktober 2011
Verdachte heeft een man, een vriend die hij kende uit zijn woonplaats in Thailand, van het leven beroofd. Het slachtoffer is daarbij vijf maal door het hoofd geschoten. Gelet op het feit dat alle vijf schoten zogenaamde 'opzetschoten' waren kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het slachtoffer op koelbloedige wijze om het leven is gebracht. Door dit misdrijf is de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed aangedaan. Verdachte is na het plegen van het feit nog enkele dagen in Nederland gebleven, waarna hij naar zijn verblijfadres in Thailand is afgereisd. Tegenover vrienden en bekenden, waaronder de vriendin van het slachtoffer, deed hij het voorkomen alsof hij niet wist waar het slachtoffer was. Verdachte heeft daarbij kennelijk zijn eigen belang - het niet bekend worden van zijn betrokkenheid bij het feit - laten prevaleren boven het belang van de nabestaanden. Door dit gedrag is de identiteit van het slachtoffer lange tijd onbekend gebleven, waardoor de nabestaanden lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd en hen de mogelijkheid is ontnomen van hun dierbare afscheid te nemen of zelfs maar de begrafenis bij te wonen; het slachtoffer was immers al begraven toen zijn identiteit bekend werd en de nabestaanden op de hoogte konden worden gesteld. De rechtbank verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 primair telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: moord.
Het hof acht bewezen dat de verdachte op of omstreeks 30 september 2006 in Den Haag een vriend van hem om het leven heeft gebracht. De verdachte is samen met het slachtoffer in een auto midden in de nacht een pad bij hockeyvelden in het recreatiegebied Madestein een eind opgereden. Daar heeft hij het slachtoffer met meerdere opzetschoten op zijn hoofd om het leven gebracht. De rechtbank in Den Haag veroordeelde de verdachte eerder voor moord, na een eis van 16 jaren, tot een gevangenisstraf van 12 jaren. Het openbaar ministerie eiste in hoger beroep wederom een gevangenisstraf van 16 jaren voor moord. Bij de strafoplegging heeft het hof in strafverhogende zin rekening gehouden met het feit dat het slachtoffer een goede vriend van de verdachte was, dat de verdachte na de moord vrienden en bekenden van het slachtoffer geruime tijd in de waan heeft gelaten dat het slachtoffer nog leefde en dat hij geen enkel inzicht heeft gegeven ten aanzien van de vraag hoe hij tot het delict is gekomen. Het hof wilde eigenlijk een gevangenisstraf van 15 jaren opleggen, maar houdt rekening met het feit dat sprake is geweest van ernstige vertraging van de behandeling in hoger beroep van ongeveer twee jaren. Het hof is van oordeel dat deze vertraging is te wijten aan het openbaar ministerie, dat gedurende geruime tijd onvoldoende voortvarendheid heeft betracht bij het doen verstrekken van stukken aan een instituut dat in hoger beroep nader forensisch onderzoek heeft verricht.
Het hof veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren.
