Uit Moordzaken
|
| |
| Eugène Eekels | |
|---|---|
| Leeftijd | Onbekend |
| Datum | 11 september 2014 |
| Moordplaats | 's Hertogenbosch |
| Moordwijze | Steekwapen |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Doodslag |
| Straf | 9 jaar |
| ECLI | ECLI:NL:RBOBR:2015:7436 |
Op donderdag 11 september 2014 wordt de bejaarde Eugène Eekels doodgestoken in zijn woning aan het Wibauthof te 's Hertogenbosch.
Verdachte
De vriend van Eugène, de dan 52-jarige Wim van B. belt zelf de hulpdiensten, en wordt aangehouden. Hij geeft aan dat hij zijn partner heeft doodgestoken omdat deze dement was en hij Eugène's lijden niet meer aan kon zien.
Uitspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 23 december 2015
Verdachte heeft zijn huisgenoot, met wie hij 35 jaar samenwoonde, op gewelddadige wijze van het leven beroofd door hem meerdere malen met een mes te steken. Het door verdachte gepleegde feit betreft één van de ernstigste misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft door zijn daad het slachtoffer het meest fundamentele recht dat hem toekwam, namelijk het recht op leven, ontnomen. Ook heeft hij onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden en dierbaren van het slachtoffer. Een feit als het onderhavige schokt de rechtsorde in het algemeen en brengt in de samenleving algemene gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg. Het slachtoffer leed aan dementie en was in verregaande mate hulpbehoevend. Het was verdachte die de taak op zich had genomen om die hulp aan het slachtoffer te bieden maar in plaats daarvan heeft hij het slachtoffer op gruwelijke wijze om het leven gebracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van het strafbare feit en uit oogpunt van vergelding niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van lange duur. Gedurende het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank onderzocht of de aanleiding tot de doodslag gelegen kon zijn in een te zware op verdachte rustende taak tot het verlenen van mantelzorg aan het hulpbehoevende slachtoffer. De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen dat dit een substantiële rol heeft gespeeld en kan daarmee dan ook niet in strafmatigende zin rekening houden. Wel houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met de omstandigheid dat het door verdachte gepleegde misdrijf hem niet volledig kan worden toegerekend omdat bij verdachte een persoonlijkheidsstoornis bestaat. Volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum is verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar.