weebly reliable statistics
Guido Kosterman - Moordzaken
Guido Kosterman

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
GuidoKosterman.jpg
 
Guido Kosterman
Leeftijd 25 jaar
Datum 6 december 2012
Moordplaats Maastricht
Moordwijze Slagwapen
Status Opgelost
Misdrijf Moord
Straf 24 jaar
ECLI ECLI:NL:RBLIM:2015:573

Op dinsdag 4 december 2012 vertrekt de 25-jarige Guido Kosterman vanuit zijn woonplaats Wijk bij Duurstede naar Maastricht. Vanaf die dag wordt er niets meer van Guido vernomen.

Tot 16 december 2012. Dan wordt Guido's ontzielde lichaam gevonden in een loods te Maastricht. Onderzoek wijst uit dat hij een niet-natuurlijke dood is gestorven. In februari 2014 wordt bekend dat Kosterman informatie over criminelen heeft doorgespeeld aan de CIE en daarvoor geld heeft ontvangen. Voor zijn dood is Guido gemarteld waarbij hij vele verwondingen heeft opgelopen.


Verdachte

Nog diezelfde zondag wordt de 26-jarige Alberto T.C. uit Wijk bij Duurstede gearresteerd. Hij en Guido waren vrienden.


Uitspraak

Rechtbank Limburg, 27 januari 2015

Verdachte heeft [naam slachtoffer], die hij – tot in het laatste woord ter terechtzitting - zijn allerbeste vriend en zakenpartner noemde en voor wie hij alles over had, van het leven beroofd op een wijze, die elk menselijk voorstellingsvermogen te buiten gaat.

Uit de rapporten van de patholoog en de radiologen valt op te maken dat aan [naam slachtoffer] diverse letsels zijn toegebracht. Zijn beide pinken en een kleine teen waren gebroken. Op zijn rug werden brandwonden en schroeiplekken aangetroffen, die vermoedelijk veroorzaakt werden door een gloeiend hete tang tegen zijn rug aan te houden. Verder waren zijn neusbeen, nek, verschillende ribben en schedeldak gebroken. Naast deze fracturen had hij diverse bloeduitstortingen en wonden in zijn gezicht, op zijn hoofd en bovenlichaam. Meerdere organen waren gekneusd en zijn linker nier was gescheurd. Uiteindelijk is het slachtoffer aan zijn vele verwondingen bezweken.

Van enkele letsels werd vastgesteld dat die enkele uren voor zijn overlijden moeten zijn toegebracht. De rechtbank maakt hieruit op dat het slachtoffer gedurende langere tijd vreselijke pijn heeft moeten lijden. Dat rekent de rechtbank verdachte zeer zwaar aan.

Nadat het slachtoffer was overleden heeft verdachte zijn stoffelijk overschot in brand gestoken. Kennelijk, zo neemt de rechtbank aan, om zijn eigen sporen te wissen, maar ook om [naam slachtoffer] stoffelijk overschot te laten verdwijnen. Toen dat niet het gewenste effect had, heeft hij het ernstig verminkte lichaam van [naam slachtoffer] opgepakt en buiten de loods, achter een raam, in een gat ‘gedumpt’ en afgedekt met een slaapzak en afvalbakken. Daar is het lichaam van [naam slachtoffer] pas na meer dan een week gevonden. Verdachte heeft zich al die tijd voorgedaan als onwetend, heeft de ‘vermissing’ van [naam slachtoffer] zelf bij diens vader en bij de politie gemeld en heeft iedereen bewust op een dwaalspoor gezet in de zoektocht naar [naam slachtoffer]. Ook deze gruwelijke en respectloze wijze van omgaan met het lichaam van [naam slachtoffer] en het actief bijdragen aan het langer in onwetendheid houden van de nabestaanden, zijn aspecten waarmee de rechtbank nadrukkelijk rekening heeft gehouden bij het bepalen van de straf. De afschuw die dit bij de familie van [naam slachtoffer] teweeg moet hebben gebracht, is niet te bevatten. Terwijl zij niet wisten waar [naam slachtoffer] was en of hij nog leefde, lag hij inmiddels weggepropt in een gat, verminkt en bedekt met rotzooi dagen in een tuin. Vanwege de ernstige verminkingen is de nabestaanden afgeraden om het lichaam van [naam slachtoffer] nog te zien. Zij hebben geen afscheid kunnen nemen. Aan de nabestaanden is dus groot en onherstelbaar leed toegebracht. Dit is treffend tot uitdrukking gekomen in de aangrijpende slachtofferverklaring die ter terechtzitting door de vader van [naam slachtoffer] is afgelegd. Het verwerken van het teweeggebrachte leed is zo mogelijk nog versterkt doordat vragen als “waarom” niet konden worden beantwoord.

Verdachte heeft tot op de dag van vandaag geen openheid van zaken gegeven over wat hij [naam slachtoffer] heeft aangedaan, en waarom. Hij heeft zich gehuld in vage beschuldigingen aan het adres van anderen, wil geen namen noemen en heeft naar het oordeel van de rechtbank volstrekt ongefundeerde uitlatingen gedaan in de richting van betrokkenheid van de CIE, omdat [naam slachtoffer] informant voor de politie zou zijn.


De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 jaren.