Uit Moordzaken
|
| |
| Käthy Maassen | |
|---|---|
| Leeftijd | 82 jaar |
| Datum | 2 april 2013 |
| Moordplaats | Kerkrade |
| Moordwijze | Verstikking |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Doodslag |
| Straf | 18 jaar |
| ECLI | ECLI:NL:RBLIM:2015:2008 |
Op woensdag 3 april 2013 wordt in haar woning aan de Kasperenstraat te Kerkrade het ontzielde lichaam aangetroffen van de 82-jarige Käthy Maassen. Zij blijkt de avond ervoor door verstikking om het leven te zijn gekomen.
Verdachte
Er worden twee mensen aangehouden. Het zijn bekenden van Käthy, een man en een vrouw die wel eens een boodschap voor haar deden. De man wordt vrijgelaten.
Uitspraak
Rechtbank Limburg, 11 maart 2015
Verdachte heeft in de avonduren van 2 april 2013 de dan 82-jarige [slachtoffer] om het leven gebracht door haar met haar eigen sjaaltje te wurgen. Dat gebeurde in het huis van het slachtoffer met de bedoeling om daar een diefstal te plegen en daarna ongestoord met de gestolen goederen te vertrekken. Verdachte is hierbij berekenend te werk gegaan. Met een smoes heeft zij zich de toegang tot de woning van het slachtoffer, die verdachte kende en haar kennelijk tot op zekere hoogte vertrouwde, weten te verschaffen. Wat er daarna exact in de woning is gebeurd, is onbekend. Verdachte heeft daar nooit echt openheid van zaken over gegeven en heeft eigenlijk alle ernstige geweldshandelingen aan haar medeverdachte [medeverdachte] toe willen dichten. Ook is niet bekend hoe verdachte aan de pincode is gekomen. Daarover heeft verdachte niets verklaard. Wat wel bekend is, is dat de laatste momenten van haar leven voor [slachtoffer] vreselijk moeten zijn geweest. De conclusies van de patholoog over het geweld dat op het slachtoffer is toegepast, geven een beklemmend gevoel. Het is haast niet voor te stellen welke doodsangsten het slachtoffer in de laatste minuten van haar leven heeft moeten doorstaan, de pijn die zij daarbij heeft gehad door het op haar toegepaste geweld en de wanhoop die zij ongetwijfeld heeft gevoeld toen zij haar einde voelde naderen. Verdachte heeft aan de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed toegebracht. Zij moeten verder zonder hun moeder en oma, die zij nog graag enkele jaren bij zich hadden gehad. Namens hen is ter zitting een slachtofferverklaring voorgelezen, waarin zij het leed dat hen is aangedaan onder woorden hebben gebracht. De rechtbank is getroffen door die verklaring en weegt de impact van het verlies voor de nabestaanden mee bij de bepaling van de strafmaat. Het behoeft geen betoog dat iedereen in de samenleving tot in het diepst geschokt is, als hij hoort op welke manier [slachtoffer] om het leven is gebracht en waarom dat gebeurde – omdat de dader geld nodig had voor drugs. Het idee dat het je eigen bejaarde vader of moeder kan overkomen of je alleenstaande buurvrouw, zijn gedachten die veel mensen bang maken en die ervoor zorgen dat ze zich niet meer veilig voelen in hun eigen huis en hun buurt. Het baart de rechtbank ernstige zorgen dat verdachte, gedreven door puur eigenbelang, in staat is om een persoon het meest fundamentele recht dat hem toekomt, te weten het recht op leven, te ontnemen. Zij maakt zo het leven van de ander ondergeschikt aan haar eigen verwerpelijke (financieel) belang om haar drugsverslaving te bekostigen. Ter zitting heeft verdachte gedeeltelijk verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen. Ze heeft echter geen openheid van zaken gegeven over haar betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer en heeft uit alle macht getracht een ander, te weten haar medeverdachte, daarvoor op te laten draaien. Door deze opstelling komt het door haar getoonde berouw omtrent haar beschreven handelen volstrekt ongemeend over. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat de psycholoog en de psychiater in hun rapport beschrijven dat verdachte antisociaal gedrag vertoont, waarbij een egocentrische houding en de drang tot overleven ten koste kunnen gaan van anderen en waarbij anderen gebruikt kunnen worden om eigen doelen te bereiken (verkrijgen van geldelijk gewin). Deze beschrijving wordt onderschreven door de rechtbank. De rechtbank zag dit gedrag, alsmede haar gebrek aan empatisch vermogen richting de nabestaanden, ook terug ter zitting.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 jaren.