Uit Moordzaken.com
![]() | |
| Onbekend | |
|---|---|
| Leeftijd | 47 jaar |
| Datum | 14 mei 2012 |
| Moordplaats | Velp |
| Moordwijze | Steekwapen |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Doodslag |
| Straf | 8 jaar |
| LJN | BY7097 |
Op 14 mei 2012 ontmoeten een 47-jarige man uit Duiven en een 47-jarige man uit Velp elkaar aan de Eersteling te Velp. De oude jeugdvrienden hadden al langer ruzie. Bij de confrontatie steekt de man uit Velp de man uit Duiven neer.
Verdachte
Meteen na het misdrijf wordt de identiteit van de persoon bekend. De volgende dag meldt de verdachte zicht bij de politie.
Uitspraak
Rechtbank Arnhem, 21 december 2012 (LJN: BY7097)
Verdachte heeft [slachtoffer] van het leven beroofd door hem met een mes in zijn hals te steken. De door verdachte veroorzaakte steekverwonding is het slachtoffer vrijwel direct fataal geworden. Het leven wordt aangemerkt als het hoogste goed van een mens en het beëindigen van eens anders leven is onomkeerbaar. Aan de nabestaanden van het slachtoffer, waaronder zijn kinderen, is onherstelbaar verlies en groot verdriet toegebracht. Dit is ook zo verwoord in de slachtofferverklaring van de dochter van het slachtoffer. Door de door verdachte begane doodslag is bovendien de rechtsorde geschokt. Dergelijk gewelddadig optreden in het openbaar wordt als zeer bedreigend ervaren en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Bij dergelijk ernstige delicten past naar het oordeel van de rechtbank geen andere dan een gevangenisstraf van lange duur.
De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat ook rekening met de documentatie waaruit blijkt dat verdachte een aanzienlijk strafblad heeft en eerder veroordeeld is geweest voor ernstige feiten waaronder geweldsdelicten.
Anderzijds houdt de rechtbank ook rekening met het gegeven dat verdachte zichzelf vrijwillig heeft gemeld bij de politie, alsmede met het feit dat niet is gebleken dat verdachte de dodelijke confrontatie met het slachtoffer bewust heeft gezocht. Er lijkt naar het oordeel van de rechtbank eerder sprake van een fataal afgelopen, uit de hand gelopen ruzie. Om die reden zal de rechtbank een enigszins lagere straf opleggen dan geëist door de officier van justitie.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.
Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar.
