Uit Moordzaken
|
| |
| Wesley Hoek | |
|---|---|
| Leeftijd | 15 jaar |
| Datum | 10 oktober 2014 |
| Moordplaats | Voorburg |
| Moordwijze | Steekwapen |
| Status | Opgelost |
| Misdrijf | Moord |
| Straf | 20 maanden jeugddetentie & PIJ |
| ECLI | ECLI:NL:RBDHA:2015:4658 |
Op vrijdagmiddag 10 oktober 2014 wordt omstreeks 13:30 uur de 15-jarige Wesley Hoek in zijn nek gestoken voor het fietsenhok van het Corbulo College te Voorburg. Wesley rent de school in waar hij in elkaar zakt. Toegesnelde ambulancemedewerkers proberen het leven van Wesley te redden, helaas tevergeefs; Wesley overlijdt ter plaatse aan zijn verwondingen.
Verdachte
De 16-jarige dader, een medescholier, gaat er op de fiets vandoor. Hij wordt nog diezelfde dag aangehouden.
Uitspraak
Rechtbank Den Haag, 24 april 2015
De verdachte heeft zijn 15-jarige klasgenoot [slachtoffer] om het leven gebracht, doordat hij hem met een mes in zijn hals heeft gestoken. De verdachte heeft door zijn handelen [slachtoffer] het meest fundamentele recht, het recht om te leven, ontnomen. Zoals is gebleken uit de op 9 april 2015 ter terechtzitting voorgedragen verklaring van de moeder van het slachtoffer zijn de ouders en familie van [slachtoffer] door zijn plotselinge overlijden zwaar getroffen. Het is voor hen niet te bevatten dat [slachtoffer] ’s ochtends gewoon naar school ging en er ’s middags niet meer was. Het gemis van [slachtoffer] is voor zijn ouders en andere naasten immens groot en zij moeten verder leven met de wetenschap dat zij hun leven en de gebeurtenissen daarin nooit meer zullen kunnen delen met [slachtoffer]. Voorstelbaar is dat zij blijven worstelen met de vraag waarom dit heeft moeten gebeuren. De dood van [slachtoffer] heeft niet alleen groot leed, verdriet en ontsteltenis veroorzaakt bij de nabestaanden en anderen in zijn omgeving, ook de samenleving is door het feit ernstig geschokt. Het feit heeft daarnaast geleid tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Aan die gevoelens van onveiligheid heeft niet alleen het steekincident zelf bijgedragen, maar ook de omstandigheid dat de verdachte kennelijk al enige tijd op school een mes bij zich droeg. De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan. De rechtbank hecht eraan te benadrukken dat de impact van het feit ook voor het Corbulo College en de daar werkende leerkrachten en schoolgaande jongeren enorm is geweest. Het feit is voor de school niet voorzienbaar en daarom evenmin te voorkomen geweest. Blijkens diverse getuigenverklaringen en ook de eigen verklaring van de verdachte ging het sinds hij op het Corbulo College zat juist beter met hem. Verschillende getuigen hebben verklaard dat de verdachte niet werd gepest, maar dat het wel zo was dat de verdachte meer dan gemiddeld gevoelig was voor plagerijen en hier ook vaak disproportioneel op reageerde. Er was aandacht voor de problematiek van de verdachte en men leek op school een goede manier te hebben gevonden om hiermee om te gaan. Het is dan ook bijzonder wrang te noemen dat de verdachte juist op deze school tot zijn daad is gekomen.
De verdachte is vanuit zijn problematiek sterk geneigd om conflicten met derden te krijgen waarbij hij zijn eigen aandeel hierin niet ziet. In de opvoeding is sprake geweest van ernstige pedagogische verwaarlozing in de zin van onvoldoende grenzen stellen aan ongewenst gedrag, vergoelijken en externaliseren van ongewenst gedrag en voorleven van ongewenst gedrag. Hierdoor heeft hij niet kunnen leren van sociale situaties en is hij in conflicten blijven vervallen. Er is bij de verdachte sprake van agressieve fantasieën, die onvoldoende worden gekanaliseerd. De verdachte heeft een rigide denkpatroon en stelt zich oppositioneel in het contact met anderen op. Gelet hierop wordt het risico op nieuwe agressieve incidenten (recidive) hoog ingeschat.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 20 maanden en legt voorts aan de verdachte op de maatregel van
plaatsing in een inrichting voor jeugdigen